Coördinaten
| Inhoudsopgave |
|---|
| Coördinaten |
| Coördinaten bepalen |
| Alle pagina's |
"Ga naar dat ene kruispunt drie dorpen verderop net 100 meter buiten het dorp niet al te ver van de snelweg...."
Als je de aanwijzing hierboven zou lezen, zou jij dan weten waar je heen moet? Waarschijnlijk niet. Om elke plaats op de wereld te kunnen aanduiden gebruiken we coördinaten. Geen lange beschrijvingen, maar gewoon een paar cijfers en je weet meteen waar je heen moet. Het werkt heel simpel: op de kaart staan horizontale en verticale lijnen. Samen vormen ze een vierkantennet. Elke kaartenmaker kan zijn eigen index bedenken. Op de Nederlandse topografische kaarten is elk vierkant 1000 meter (=1km) lang en breed. De verticale lijnen zijn uitgaand van een bepaald punt genummerd van het westen naar het oosten, de horizontale lijnen (uitgaande van hetzelfde punt) van het zuiden naar het noorden.
Als we een bepaald vierkant willen aangeven, dan nemen we eerst het nummer van de lijn die de westelijke grens van het vierkant vormt (westlijn), en vervolgens de lijn die de zuidgrens vormt (zuidlijn). In het voorbeeld hieronder zijn de coördinaten van het zwarte vakje 2 - 2.



